Definitie: waarbij praktijkproblemen worden opgelost, meestal in opdracht van een opdrachtgever.
Werkvolgorde
Probleemanalyse: wat is de centrale onderzoeksvraag
Onderzoeksontwerp: in het ontwerp geef je aan hoe je de onderzoeksvraag gaat beantwoorden
Het idee wordt onderwerp;
Het maken van de centrale vraag- en doelstelling;
Het vaststellen van het onderzoekstype Dataverzamelingsmethode. (de methode om je gegevens te verzamelen), met andere woorden welke methode je gaat gebruiken om je gegevens te verzamelen;
Het schrijven van je onderzoeksplan.
Dataverzameling: info die nodig is om vraag te beantwoorden
Data-analyse: analyse gegevens
Rapportage: verslag onderzoek, resultaten en conclusie, evaluatie onderzoek
Fundamenteel onderzoek
=theoretisch onderbouwd
vragen beantwoorden die niet primair gericht zijn op toepassing in de praktijk
Definitie: is onderzoek waarbij een theorie wordt getoetst (of ontwikkeld).
Kwalitatief/kwantitatief
Kwantitatief
Afstand nemen tot objecten door ze numeriek te maken
voornamelijk cijfermatig onderzoek vaak statistisch technieken gebruikt om data te analyseren
Kwalitatief
De onderzoeker voert onderzoek uit in het veld (ofwel: in de werkelijkheid)
Definitie HOLISME: benadering waarin onderzoekseenheden in hun omgeving als geheel worden onderzocht
nauwelijks of geen cijfermatig onderbouwing
Grounded theory (gefundeerde)
Glaser & Strauss (1967)
Uiteenrafelen
Verdeel de gegevens (tekst, interviewverslag etc.) in kleine fragmenten
die je in één woord kunt samenvatten (uiteenrafelen).
ga na waarom je precies dát fragment selecteert.
Coderen
Je evalueert de gebruikte termen
Welke waarde kennen onderzoekseenheden (onderzochte personen) aan gebruikte termen toe?
Je interpreteert betekenis
Zijn deze termen negatief/positief van toonzetting?
bedenk met welk woord je dit fragment het beste kunt omschrijven (open coderen)
Structureren
termen groeperen
sorteert de gecodeerde begrippen
brengt hiërarchie aan
axiaal coderen
zoekt naar verbanden tussen de begrippen
associaties en/of combinaties
maakt hoofdgroepen en subgroepen
structuur aan in je begrippen
relaties tussen begrippen
verbanden en volgorde breng je samen in een model (diagram), weergegeven in codeboom
Je brengt het gevonden model in verband met je probleemstelling:
Kan er een antwoord op vraag gegeven worden?
Zijn er aanvullende vragen?
Ontbreekt er nog informatie? ja --> opnieuw gegevens verzamelen
analyse van kwalitatief materiaal
Uitgangspunten
Betekenis verlenen (diepte-interview)
Iteratief proces
herhaalt het onderzoeksproces totdat je een betrouwbaar antwoord kunt geven
Inductief
tijdens onderzoek zoeken naar theorie die past bij verzamelde data (Swanborn, 2002)
Deductief
De onderzoeker formuleert eerst een theorie die hij vervolgens toetst op verzamelde data.
Sensitizing concepts
uit probleemstelling wordt aantal algemene probleemstellingen
geformuleerd die richting geven aan onderzoek,
die tijdens onderzoek worden afgebakend
Theorieontwikkeling geen doel op zich
Hulpmiddelen
Mindmapping
post-it notes plakken
Software zoals Kwalitan en maxqda
Word/Excel
Betrouwbaarheid
Zorg voor een zo uitgebreid mogelijke beargumentering van je probleemstelling en je onderzoeksopzet
Zorg voor een goede registratie van al je methoden en de stappen die je zet.
Argumentatie van de methoden zet je in een logboek
Bij interviews
opnameapparatuur
inzetten van meerdere observatoren bij groepsinterviews
Bewaar de bewerkingen van je materiaal in een apart bestand
Doorloop het analyseproces zo nodig meerdere malen
Onderhoud nauw contact met de opdrachtgever over de opzet en uitvoering
Maak gebruik van ‘peer evaluation’ of ‘peer consultation’ (collega controle)
Gebruik eventueel ook triangulatie (meerdere invalshoeken)
Probeer zoveel mogelijk je resultaten systematisch vast te leggen
Validiteit
generaliseerbaarheid vaak geen doel
Soorten onderzoek
Survayonderzoek
Kenmerken
Een grote groep personen onderzoeken;
Op één moment in de tijd;
Meningen, houdingen, kennis onderzoeken;
Beschrijvings- en/of verklaringsvragen;
(Half) gestructureerde vragen en antwoorden;
Een groot aantal vragen;
Aselecte steekproef;
Kwantitatieve analyse
Soorten
Schriftelijke (post)enquêtes
Telefonische enquêtes
Face to face (persoonlijke) enquêtes
Internetenquêtes
Panelenquête
termen
Steekproef
Eisen
De steekproef is representatief voor de populatie;
De steekproef is willekeurig (aselect);
De steekproef is voldoende groot
Als aan eisen is voldaan, mag je uitspraken over de popultaie doen
aSelecte steekproeven:
Enkelvoudig aselect
iedere entry in het databestand heeft een berekenbare (gelijke) kans om in de steekproef terecht te komen.
Systematische steekproef met aselect begin
uit een bestand wordt iedere x-de persoon in de steekproef betrokken. Op aselecte wijze wordt bepaald waar de steekproef begint.
Clustersteekproef
een hele groep te onderzoeken in plaats van een willekeurige steekproef te trekken (groep wordt aselect getrokken)
Gestratificeerde steekproef
afgebakende deelpopulaties, bv bestaande woonwijken. Dit worden ‘strata’ genoemd. In ieder stratum trek je een aselecte steekproef
Getrapte steekproef
meerdere aselecte steekproefmethoden bij elkaar
Selecte steekproeven
Quota-steekproef
iedere enquêteur een aantal interviews/vragenlijsten afnemen, tot een bepaald maximum
Zelf-selectie
mensen die reageren op vraag voor proefpersonen
Doelgericht (purposive)
selectie van steekproef op basis van bepaalde kenmerken
Praktisch bruikbaar (convenient)
aan voorbijgangers gevraagd om mee te doen
Sneeuwbal
begin bij een groep mensen en daarna via deze weg uitbreiden
Populatie=Domein
‘eenheden’ (personen, zaken, organisaties) waarover je in je onderzoek uitspraken wilt doen
Operationele populatie
van tevoren je populatie specifieker afbakenen (een segment uit je populatie selecteren)
Inrichten
Test je vragenlijst eerst!
Maak vragenlijst zo kort mogelijk en zo lang als nodig!
om hoog mogelijke telefonische respons te krijgen, houd je rekening met:
Vakanties;
Werktijden;
Leeftijd;
Burgerlijke staat;
Et cetera.
steekproef in bepaalde woonwijk, dan eerst nagaan hoe deze is samengesteld, zodat je later zo representatief mogelijk beeld kunt geven van zaken als:
Opleidingsniveau;
Werkgelegenheid;
Etniciteit;
Inrichting buurt (bouw);
Sociaaleconomische status (de positie t.o,v, anderen in omgeving, o.b.v. opleiding, baan, inkomen en huisvesting);
Et cetera.
Tips
Schrijf altijd introductiebrief;
Houd de toon in de brief persoonlijk;
Waarborg vertrouwelijkheid;
Besteed aandacht aan de lay-out van de survey;
Stuur tijdig een herinnering;
Stuur na enige tijd eventueel een nieuwe vragenlijst.
Een klein relatiegeschenk, bijvoorbeeld een pen;
Een boeken-, cd- of cadeaubon;
Meedoen aan een loterij (je respondentnummer is je lotnummer!);
Een donatie per deelnemer aan een goed doel,
bijvoorbeeld het Wereld Natuur Fonds of
Artsen zonder Grenzen.
Het kinderfonds van Unicef heeft er speciaal een pagina voor ingericht.
Respons/Non-respons
toevallige steekproeffout
als mensen de lijst niet invullen (onbewust), wordt alleen bepaalde groep geïnterviewd
systematische steekproeffout
als mensen bewust weigeren
bij beide --> kans op problemen bij generaliseerbaarheid
item non-respons
Men de vraag niet begrijpt;
De vraag niet van toepassing is op de respondent;
Men geen zin heeft om op deze vraag een antwoord te geven;
Men het antwoord op de vraag niet weet of geen mening heeft.
Experiment
Voorwaarden causaal verband
Er is samenhang tussen X en Y. Swanborn (2002, 106) noemt dat ook wel een statistisch verband;
X gaat in de tijd aan Y vooraf;
Het effect wordt niet veroorzaakt door een derde variabele.
Eisen:
vinden van een causaal verband
aantal proefpersonen aan de oorzaakvariabele, ofwel experimentele variabele blootgesteld
omstandigheden van het experiment moeten voor iedere proefpersoon hetzelfde zijn
samenstelling van groep proefpersonen van groot belang
‘zuiver’ experiment:
min. 1 experimentgroep
min. 1 controlegroep
Randomisatie bepaling groep
quasi-experiment
niet mogelijk om je proefpersonen op basis van toeval in subgroepen in te delen
geen controlegroep
Placebo-effect
het feit dat ze een placebo krijgen heeft al een werking
testeffect
in laboratorium weten mensen dat ze meedoen --> kan invloed hebben
Nulmeting/Nameting
Voormeting kan proefpersoon alert maken --> invloed op nameting
Solomon four group design’
Interview
vraaggesprek waarin de beleving van de geïnterviewde(n) vooropstaat
één interviewde
groepsinterview
onderzoeker = moderator
werkconferenties, workshops (waarbij de groepsleden elkaar kennen), maar ook focusgroepinterviews
doel informatie te verzamelen over een bepaald onderwerp
Wanneer interviews
Als de beleving van de onderzochten centraal staat,
als je op zoek bent naar motieven van bepaalde keuzes / gedrag;
Als gevoelige en/of complexe onderwerpen aan de orde komen;
Als je onderzoeksgroep klein is;
Ter oriëntatie op je hoofdonderzoek, in je vooronderzoek dus
Soorten
Ongestructureerd
met (meestal) één hoofdvraag en/of alleen met onderwerpen (topics genaamd)
Semi-gestructureerd
wel een vragenlijst of een lijst met onderwerpen (topiclijst). Er is zeker alle ruimte voor de eigen inbreng van de respondent
Gestructureerd
mondeling afnemen van een vragenlijst met gesloten en open vragen
Opbouw interview
beginnen met eenvoudige vragen (feiten)
vervolgens achtergronden van) meningen
daarna meer gevoelige vragen te stellen
eenvoudige vragen aan het eind
eerst proefinterview houden waarin je bovenstaande test
Begin
Introductie
Voorstellen;
Gespreksdoel;
Opbouw;
Geschatte duur;
Waardering deelname;
Belang van informatie;
Wat gebeurt met de informatie.
Midden (kern)
Vervolgens kom je bij de kern van je interview, waarin je in onderdelen het hoofdonderwerp aan de orde stelt.
Einde
Bouw na het gesprek het onderwerp goed af.
Vat het gesprek samen,
geef de respondent de gelegenheid om nog wat aan te vullen of op te merken en
zorg dat hij tevreden weggaat.
De interviewsetting
Gesprekken opnemen
denk aan toestemming
meer aandacht voor geïnterviewde
Gesprekstechnieken
hulpmiddel bij het verloop van een gesprek
papegaaien (letterlijk het laatste woord nazeggen)
parafraseren
knikken,
hmmm-en,
omgaan met stilte (de zogenaamde vier-seconderegel)
Houding en oogcontact
meelevend
oprecht
schuin tegenover zittend
niet te veel oogcontact (confronterend)
Observatie
systematische waarneming van bepaalde gedragingen van personen
Verschillende typen
Veldobservaties (in alledaagse situaties);
Laboratoriumobservaties (gecontroleerde setting, komt in de buurt van een experiment);
Participerende observatie, waarbij de onderzoeker meedoet aan alle activiteiten die de onderzochten (in het dagelijks leven) ondernemen.
Verschillende vormen
Participerend: de onderzoeker doet mee in de groep die wordt geobserveerd, of hij blijft langs de zijlijn);
Gestructureerd: met observatiecategorieën
Monitor
worden gegevens verzameld om de ontwikkelingen op een bepaald terrein te kunnen volgen
Voorwaarden
Factor ‘tijd’: gegevens van onderzoeken op verschillende tijdstippen (longitudinaal onderzoek) worden met elkaar vergeleken. Zo wordt een ontwikkeling waargenomen en vastgelegd.
Op elk meetmoment worden dezelfde meetinstrumenten ingezet en worden dezelfde verschijnselen op dezelfde manier gemeten. Het onderzoek wordt als het ware herhaald. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de uitkomsten.
meestal kwantitatief
Secundaire analyse
Hergebruik van reeds gebruikte dataset (gegevens) voor ander onderzoek
Redenen
Tijdwinst
Financiële voordelen, zelf doen kost geld
Beschikbaarheid van de data. Er zijn veel datasets beschikbaar die zich uitstekend lenen voor een nieuwe analyse.
Bruikbaarheid. een voorwaarde. niet vaak een dataset vinden die precies aan je eisen voldoet
dataset bewerken
probleemstelling aanpassen
oplossingen vinden voor gemaakte fouten
Literatuuronderzoek
onderzoek waarbij je hoofdzakelijk gebruikmaakt van geschreven teksten om je probleemstelling te beantwoorden
Redenen
Bij beschrijvings- en/of vergelijkingsvragen;
Ter oriëntatie op een probleemsituatie;
Als theoretische onderbouwing van de onderzoeksopzet.
Gevalstudie
onderzoek speelt in één organisatie of één groep af (casestudie)
kwalitatief onderzoek
Bureauresearch en inhoudsanalyse
een inhoudsanalyse is meer dan het bestuderen van gevonden literatuur of het lezen van stukken. Het is een vorm van kwalitatief bureau-onderzoek waarin documenten of, zoals Swanborn zegt, ‘de neerslag van verbaal gedrag’ (Swanborn, 1987, 220; zie ook ’t Hart et al., 1998, 297) intensief worden geanalyseerd op de betekenis van en relatie tussen de gebruikte woorden
Taal is het uitgangspunt van de analyse
Stromingen
Empirisch-analytisch
objectief onderzoek
onderzoekssituatie zoveel mogelijk beheersen
ontwerpen een onderzoek dat herhaalbaar en controleerbaar
bekijken alle processen in hun onderzoek rationeel, ofwel logisch, verstandelijk
niet op hun gevoel af, alles wordt beredeneerd
werkwijze
tevoren een antwoord op hun onderzoeksvragen op grond van (bestaande) theorieën
toetsen ze of deze antwoorden overeenkomen met die van de groep
Empirisch: onderzoek verricht met behulp van bepaalde systematiek waar te nemen wat zich in je omgeving afspeelt
Empirie betekent ervaring als bron van kennis
Analytisch: kritisch en rationeel naar haar eigen resultaten kijkt:
onderzoeksresultaten blijven als het ware geldig tot het tegendeel wordt aangetoond
veelal fundamenteel/kwantitatief onderzoek
methoden van onderzoek zijn onder andere het experiment en de enquête
EMPIRISCHE CYCLUS: Probleem Theorie Onderzoek P1 T1 O1 P2 T2 O2 P3 T3 O3 P4 ...
Interpretatief
interpretatie, de uitleg die personen aan een situatie geven, en niet slechts kale cijfers
kwalitatief van aard, en richt zich op personen en groepen
Veel antropologen maken gebruik van interpretatief onderzoek, bijvoorbeeld als ze een tijd bij een bepaalde stam gaan wonen
niet alleen kritisch naar de maatschappij kijken, maar ook naar de eigen onderzoeksresultaten
Met deze resultaten willen onderzoekers in deze stroming bijdragen aan processen in de samenleving die de emancipatie van groepen
(gelijke rechten voor bijvoorbeeld mannen en vrouwen) bevorderen. Vandaar de benaming kritisch-emancipatorisch
Vragen voor/tijdens onderzoek
Vooraf
Wat ga ik onderzoeken?
Waarom ga ik onderzoeken?
Wie ga ik onderzoeken?
Hoe ga ik onderzoeken?
Waar ga ik onderzoeken?
Wanneer ga ik onderzoeken?
6W's
Wat is het probleem?
Hoe is het omschreven, is het duidelijk wat wordt bedoeld, ontbreekt iets en zo ja wat?
Wie heeft het probleem?
Of bij wie berust het probleem? Je gaat na wie de spelers bij het onderwerp zijn, de betrokken eenheden.
Wanneer is het probleem ontstaan?
Waarom is het een probleem?
Probeer de daadwerkelijke reden voor het onderwerp te achterhalen. Geen dubbele bodems, verborgen agenda’s en doelstellingen.
Waar doet zich het probleem voor?
Zijn bepaalde aspecten van het probleem belangrijker dan andere, zijn er bepaalde probleemgebieden aan te wijzen?
Wat is de aanleiding?
Hoe is het probleem ontstaan? Achterhaal de geschiedenis van het onderwerp.
Oriëntatiefase
Centrale vraag?
Probleemomschrijving
Probleemstelling
hoofdvraag die je met je onderzoek beantwoordt
Samenhang met doelstelling
aantal deelvragen over het onderwerp
samenhang met te formuleren onderzoeksvragen (tijdens analyse beantwoorden)
relatie met de verwachtingen die je voor de uitkomsten van het onderzoek hebt geformuleerd
Doelstelling
Centrale formulering (niet te specifiek)
Aanduiding van de relevantie (praktijkgericht)
Vermelding van de doelen en wensen van de opdrachtgever
Aanduiding van het onderzoekstype (praktijkgericht)
moet volledig zijn
geen verborgen doelen hebben en objectief zijn vastgesteld
in de vorm van een VRAAG
welke kennis heeft onderzoeker nodig?
gedrag, motieven, feiten, meningen
kwantitatief / kwalitatief?
beschrijvende, evaluerende of vraag naar bepaald effect?
over wie is kennis nodig
over welke periode is kennis nodig
welke begrippen zijn belangrijk
Vraagtypen:
Beschrijven
Wat is het bestedingspatroon van jongeren tussen de 18 en 25 jaar in de Randstad?
Definiëren
Met welke kenmerken kunnen de bezoekers van het Dierenpark Amersfoort worden getypeerd?
Verklaren
Hoe komt het dat jongeren op het voortgezet onderwijs steeds minder boeken lezen? (Of: Waarom lezen jongeren in het voortgezet onderwijs steeds minder boeken?)
Voorspellen
Welke ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid kunnen de komende vijf jaren worden verwacht?
Vergelijken
Welke samenhang bestaat er tussen rookgedrag en gezondheid? Is er verschil in rookgedrag tussen lager en hoger opgeleiden?
Evalueren
In welke mate waarderen de klanten bij de supermarkt de prijzenoorlog? Wat vinden meisjes tussen de 13 en 15 jaar van het blad Girl?
Voorschrijven
Welke suggesties kunnen worden gedaan (maatregelen kunnen worden genomen) om de kwaliteit van de bediening in restaurant ’d’Oude Molen’ te optimaliseren?
Ontwikkelingen volgen
Welke trends op het gebied van gezondheidsgedrag kunnen vanaf 1995 worden waargenomen?
redenen begripsafbakening
De betekenis van een begrip staat vast en is helder gedurende de rest van het onderzoek
stipulatief is een tijdelijke betekenis alleen voor dit onderzoek
Je laat heel duidelijk de grenzen van je onderzoek zien, wat je wel en wat je niet gaat onderzoeken
De afbakening van een begrip bepaalt welke informatie straks, tijdens de dataverzameling, moet worden verzameld
Informatie zoeken
Is er al eerder over dit onderwerp gepubliceerd?
Is er al eens onderzoek verricht?
Is iemand anders hier ook mee bezig?
Zijn er modellen die mogelijke oplossingen bieden?
Interbeoordelaarbetrouwbaarheid (verschillen tussen waarnemers)
triangulatie
onderzoeker gebruikt > 1 dataverzamelingsmethode (vaak drie)
Test-Herstest
zelfde vraag nog eens (andere schaal)
Proefinterview
kwalitatief onderzoek kan een proefinterview de betrouwbaarheid van je topiclijst verhogen
Peer examination
collega vragen nameten/nalezen
Rapportage en verantwoording
Te Berekenen
Interne consistentie met Cronbach’s Alpha.
Hiermee ga je na in hoeverre je met een aantal items (variabelen) betrouwbaar een begrip kunt meten
Test-hertest en vervolgens de correlaties berekenen
Betrouwbaar - Valide
Validiteit
vrij is van systematische fouten
Bewust fout
Sociaal wenselijk
Oplossingen
systematische analyses
bv assessments
Het bijhouden van aantekeningen in een logboek,
het registreren van de informatie
gebruikmaken van onderliggende theorieën
kijken of er gevallen zijn die je informatie juist tegenspreken
‘peer evaluation’, audits, informanten
De meervoudige onderzoeksopzet (triangulatie)
trekken van steekproeven moet in elk geval gericht zijn op je doel
Interne validiteit
Mate waarin items samen betrouwbaar één construct beschrijven. Zie betrouwbaarheidsanalyse.
Externe validiteit
begrips- of constructvaliditeit
meet je wat je wilt meten=
Populatie
is populatie afspiegeling werkelijkheid
Zuiverheid van onderzoek waarbij je kijkt naar de reikwijdte van je onderzoek
Bruikbaarheid
Onderzoeksvoorstel
Aandachtspunten
Wees volledig in je voorstel, wie is opdrachtgever/opdrachtnemer
Houd de aanleiding, probleemafbakening en opzet kort en duidelijk;
taakverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te vermelden;
Lever je werk verzorgd en correct in, ook al is het een voorstel;
Zorg voor een professionele uitstraling;
Maak de inhoud herkenbaar voor de opdrachtgever
zorg voor een begeleidend schrijven.
houd rekening met de terminologie die bij opdrachtgever gebruikelijk is
gebruik geen jargon dat niemand begrijpt;
Onderdelen voorstel
vraag van de opdrachtgever
aanleiding
achterliggende doelstelling
afbakening van de begrippen
hoe kan deze vraag beantwoord worden
Budget
Planning
Fouten
Duur is goed;
De lezer kent ons natuurlijk
heel veel opschrijf, dan zit er altijd wel iets goeds bij;
weinig opschrijf, dan kan ik ook niet veel fouten maken;
teamgenoot heeft het geschreven, dus ik weet van niks!
Operationele enquêtevragen
van begrip naar vraag _ meetbaar maken
eisen vragenlijst
Bruikbaar
Leesbaar en helder is, concreet en één uitleg vatbaar;
Compleet
Vragen bevat die ‘meten wat je wilt meten’;
Neutraal is, respondenten niet in een bepaalde richting sturen
Niet te lang is, maar zo compact mogelijk;
Geen vergaarbak wordt: alles wat je altijd al wilde weten, maar nooit kans voor kreeg.
geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid verbeteren
structuur vragenlijst voor alle respondenten gelijk
formulering van vragen voor alle respondenten gelijk
formulering van antwoordmogelijkheden voor alle respondenten gelijk
niet te veel open vragen zijn opgenomen;
een logische volgorde in de vragen zit
Vragen over hetzelfde onderwerp bij elkaar staan;
blok vragen wordt voorafgegaan door een inleiding waarin het doel wordt uitgelegd.
tips bij maken lijst
Begin met eenvoudige, algemene en aantrekkelijke vragen, vermijd confronterende vragen aan het begin
wél op je doel (het hoofdonderwerp) af, draai er niet omheen
Zet moeilijke vragen niet helemaal aan het eind van een vragenlijst; de kans bestaat dat minder zorgvuldig worden ingevuld. Moeilijke of gevoelige vragen het beste bij het begin van het tweede deel van de vragenlijst plaatsen. Aan het eind beter eenvoudige vragen stellen
Groepeer vragen met dezelfde antwoordcategorieën, maar zorg tegelijkertijd voor afwisseling. Zo voorkom je dat bepaalde ‘antwoordpatronen’ ontstaan.
goede routing
vragen stellen op basis van antwoord van voorgaande vragen
soorten antwoorden
Enkelvoudig (leeftijd, uren)
Schaal (likert)
Lijst
Open antwoord
Half open antwoord (anders: ____)
Meervoudig
Dichotoom (boolean)
Meten
variabelen
kwalitatief
niet mee rekenen
kwantitatief
mee rekenen
discreet
integers (eindig aantal mogelijkheden)
continue
decimals
Speciale
Dichotome
Boolean
Schalen
Meetniveaus
nominaal
categorie, kwalitatief, discreet
bv. politieke partijen, man/vrouw
ordinaal
rangorde (categorieën), kwalitatief, discreet
temperatuur, salarisschalen, opleidingen
interval
kwantitatief, continue
Geen natuurlijk nulpunt
verhoudingen zijn niet gelijk (10->20 graden (2x)
is andere beleving als 20-40 (2x)
ratio
kwantitatief, continue, natuurlijk nulpunt
Beschrijving één variabele
Absolute frequenties
relatieve (%)
SPSS
Frequentie
relatieve frequentie
Valid percentage (geldige waarnemingen)
Cumulatieve waarnemingen (som relatieve waarneming)
Grafieken
Cirkel
Tonen verhoudingen tussen categorieën;
Kwalitatieve variabelen;
Slechts enkele waarden;
Nominaal of ordinaal meetniveau;
Een volledige cirkel geeft 100% van verdeling weer.
Staaf
Tonen van verhouding tussen categorieën;
Kwalitatieve variabelen;
Slechts enkele waarden;
Nominaal of ordinaal meetniveau;
Elke waarde vormt een aparte staaf
Histogram
Tonen van vorm van een verdeling;
Wordt gezien als staafdiagram voor continue variabelen;
bv nominaalverdeling
Kwantitatieve variabelen;
Interval of ratio meetniveau;
Grenzen van categorieën sluiten op elkaar aan.
Lijn
Tonen van trends in kenmerk (in de tijd);
Kwantitatieve en continue variabelen;
Meetniveau interval of ratio;
Onbeperkt aantal waarden.
Spreiding
Tonen van spreiding van een kenmerk;
Kwantitatief en continue;
Meetniveau vanaf interval;
Aandacht voor ‘uitschieters’ (uitbijters of outliers genoemd)
Dotplot
Per waarneming een puntje
Boxdiagram
Tonen van verdeling van een variabele;
Uitgangspunt is de middelste waarneming (ook wel mediaan genoemd);
aandacht voor de ‘middelste’ 50% van alle waarnemingen;
Meetniveau vanaf ordinaal;
De middelste 50% van de waarnemingen wordt gevormd door de ‘box'
de ‘stelen’ lopen vanaf het minimum tot het maximum
met uitzondering van de uitbijters. Die worden apart aangeduid.
Centrummaten
Modus (xmod)
waarneming die het meeste voorkomt
Biomodaal
kenmerk twee categorieën (of waarden) die het meeste voorkomen
Mediaan (xmed/x.50)
middelste waarneming of gemiddeld van de middelste 2
Rekenkundige gemiddelde
Gewogen gemiddelde
optellen van waarnemingen incl. gewicht
Spreiding
Variatiebreedte
xMax - xMin
Interkwartielafstand
xMax(75%)-xMin(25%)
Variantie
Vanaf interval variabelen
gemiddelde gekwadrateerde afwijking van het gemiddelde
hoe ver verspreid rondom het gemiddelde
Standaarddeviatie
standaardafwijking
afgeleide van de variantie, Gauss Kromme
meerdere variabelen
gevonden verschillen niet op toeval berusten
Zekerheid 95% om uitspraak over populatie doen
Onafhankelijk
ook wel oorzaakvariabele (of predictor) genoemd
omdat daarmee een situatie wordt gemanipuleerd.
De onafhankelijke variabele zélf ligt vast, maar deze veroorzaakt een verandering.
kruistabel: de kolom
Afhankelijk
variabele die verandert onder invloed van de onafhankelijke variabele
effectvariabele, gevolgvariabele genoemd
kruistabel: de rijen
SPSS proces kruistabellen
Pearson’s (Product Moment) Correlatie Coëfficiënt
relaties tussen twee variabelen in een getal uit te drukken
alleen mogelijk vanaf variabelen interval of rationeel niveau
p-waarde
zegt iets over de zekerheid dat de correlaties ook iets over de populatie zeggen (95% noodzakelijk)
p moet kleiner zijn dan 5%
Grafieken
Staafdiagrammen
(kolommen naast elkaar)
Spreidingsdiagram
afhankelijke in Y-as
onafhankelijke X-as
Lijndiagram
Tijd in X-as
Gemeten waarde in Y-as
Proces figuren in SPSS
of
Rapportage
Beoordelen kwaliteit verslag
Doelgroepafhankelijk
Onderzoekers
doel kan hier zijn om een theorie te belichten of een methode te toetsen
Studenten
duidelijk maken van een onderzoeksopzet
Managers/beleidsmakers
resultaten van een onderzoek beleid te ontwikkelen
samenvatting is voldoende
Uitvoerenden
taal van de gebruiker
Breed publiek
moeilijk ivm diversiteit lezers
Onderdelen
Titelpagina
* Complete titel en eventueel ondertitel
* Naam onderzoeker(s)/auteur(s)
* Datum en plaats
* Instituut
* Naam coördinator/begeleider
Inhoudsopgave
* Altijd opnemen in je onderzoeksverslag
* Bij artikelen is een inhoudsopgave niet nodig
Inleiding
* Aanleiding tot het onderzoek
* Doel van het onderzoek (onderzoeksdoel en doel opdracht)
* Probleemstelling en deelvragen
* Begripsafbakening
* Theoretische ondersteuning (modelbouw)
Samenvatting
abstract
* Ongeveer een halve pagina A4
* Probleem- en doelstelling
* Opzet, resultaten en belangrijkste conclusies
* Relevante informatie!
* Kort en bondig
management samenvatting
Middenstuk
Zoals onderzoek is uitgevoerd
Theoretische introductie;
Methode;
* Populatie en steekproef
* Onderzoeksontwerp
* Meetinstrumenten (operationalisatie)
* Analysemethoden
Resultaten;
* Verloop van de dataverzameling en respons
* Beschrijving van de onderzoeksgroep
* Kwantitatieve en kwalitatieve resultaten
* Tabellen, diagrammen en overzichten (niet bij APA-opmaak)
* Onafhankelijke weergave van resultaten
* Nog geen conclusies
Conclusie en discussie
Terugkijken
* Herhaling centrale vraagstelling en doelstelling
hoe te werk gegaan
* Koppeling van de resultaten aan de vraagstelling
* Antwoord op de centrale vraagstelling en interpretatie
meest relevante analyses meenemen
Verwijzingen naar literatuur
interpretatie van resultaat
* Overige conclusies
* Evaluatie van de resultaten methodologisch (SWOT = sterkte-zwakteanalyse)
leermomenten
kwaliteit
betrouwbaarheid
validiteit
bruikbaarheid
De discussie
je eigen mening kwijt
Kritische kanttekeningen bij het onderzoek
, je kunt bijvoorbeeld nieuwe punten aansnijden;
Suggesties voor toekomstig onderzoek
aanbevelingen doen
organisatie
nieuw onderzoek
Literatuur/Bibliografie
Meer te vinden op
Bijlagen
Onderwerplijsten;
Volledige vragenlijsten;
Uitnodigingsbrieven;
Aanvullende resultaten;
Te grote tabellen;
Niet direct relevante informatie;
Responsgegevens, tabellen en technische uitwerkingen van toetsen (afhankelijk van doelgroep).
Tips
Is de tekst helder, overzichtelijk en eenduidig?
Is de tekst voor iedereen goed te lezen? Geen vakjargon dus!
Zet citaten tussen aanhalingstekens;
Controleer de tekst op spelling en grammatica;
Controleer de tekst op stijl;
Gebruik een overzichtelijke en eenduidige paragraafindeling;
Controleer of je paragraaftitels duidelijk zijn, of zij de lading dekken;