-
Omgaan met anderen Fréquenter les autres
-
NL
- Groeten
- Hoi! (in Nederland)
- Hallo!
- Dag allemaal!
- Bedanken
- Hartelijk bedankt.
- Dankjewel.
- Bedankt voor het leuke weekend in Vlaanderen!
- Uitnodigen
- Kom je ook?
- Ben je zaterdag vrij?
- Ga je mee naar het feest?
- Instemmen
- Afgesproken!
- Akkoord!
- Ik ga akkoord met jou.
- Het met iemand oneens zijn
- Nee, hoor!
- Feliciteren
- Proficiat!
- Proficiat! Je bent de beste!
- Gefeliciteerd met ...
- Gefeliciteerd met je rijbewijs!
- Wensen
- Ik wens je veel sucees.
- Veel sucees!
- Het allerbeste in 200 ...
- Veel geluk met je nieuwe huis.
- Word snel beter! Veelliefs!
- Inlichtingen vragen
- Weet u soms ... ?
- Zich verontschuldigen
- Excuseer me!
- Sorry! Ik had u niet gezien!
- Het spijt me zeer.
- Innige deelneming
-
Fr
- Saluer
- Salut! (aux Pays-Bas)
- Salut!
- Bonjour tout le monde !
- Remercier
- Merci cordial.
- Merci bien.
- Merci pour le chouette week-end en Flandre!
- Inviter
- Viens-tu aussi ?
- Es-tu libre samedi?
- Viens-tu à la fête?
- Marquer son accord
- Convenu!
- D'accord!
- Je suis d'accord avec toi.
- Marquer son désaccord
- Non, (tu sais) !
- Féliciter
- Félicitations!
- Félicitations! Tu es le meilleur!
- Félicitations pour ...
- Félicitations pour ton permis de conduire!
- Souhaiter
- Je te souhaite beaucoup de succès.
- Bonne chance!
- Que tout aille pour le mieux en 200 ...
- Beaucoup de bonheur dans ta nouvelle maison.
- Guéris vite! Amitiés!
- Demander un renseignement
- Savez-vous par hasard ... ?
- Présenter des excuses
- Excusez-moi.
- Désolé(e) ! Je ne vous avais pas vu !
- Je regrette beaucoup.
- Sincères condoléances
-
Een mening uitdrukken /vragen Exprimer / demander un avis
-
NL
- Ik ga (niet) akkoord met jou.
- Ik ben het (niet) met je eens!
- Ik denk van weI.
- Afgesproken!
- Dat spreekt vanzelf.
- Dat klopt.
- Inderdaad.
- ln orde, juffrouw.
- Je hebt gelijk .
- ... , denk ik.
- ... , meen ik.
- ... , neem ik aan.
- ... , zie je?
- ... , ziet u?
- ... , vind ik.
- Hoe vind je mijn nieuwe trui?
- Wat vind je van mijn kamer?
- Slecht weer, vind je niet?
- Wat is je mening over de uitstap van zondag?
- Mooi weer vandaag, nietwaar?
-
Fr
- Je (ne) suis (pas) d'accord avec toi.
- Je (ne) suis (pas) du même avis que toi.
- Je pense bien.
- Entendu ! Convenu!
- Cela va de soi.
- C'est exact.
- En effet.
- C'est en ordre.
- Tu as raison.
- ... , je pense.
- ..., je pense.
- ..., je suppose.
- ... , tu vois?
- ..., voyez-vous?
- ... , je trouve .
- Comment trouves-tu mon nouveau pull ?
- Que penses-tu de ma chambre?
- Mauvais temps, tu ne trouves pas?
- Quel est ton avis à propos de l'excursion de dimanche?
- Beau temps aujourd'hui, n'est-ce pas?
-
De gevoelens Les sentiments
-
NL
- Ik voel me ...
- bedroefd
- vrolijk
- gelukkig
- ongelukkig
- verliefd
- jaloers
- lief
- gevoelig
- lui
- tevreden
- ontevreden
- serieus
- grappig
- onverschillig
- optimistisch
- pessimistisch
- sympathiek
- moedig
- enthousiast
- ontgoocheld
-
Fr
- Je me sens ...
- triste
- joyeux
- heureux
- malheureux
- amoureux
- jaloux
- gentil
- sensible
- paresseux
- content
- mécontent
- sérieux
- marrant
- indifférent
- optimiste
- pessimiste
- sympathique
- courageux
- enthousiaste
- déçu
-
De relaties Les relations
-
NL
- de vriend(en)
- de vriendin(nen)
- de hartsvriendin(nen)
- dikke vrienden
- een vriendje(s)
- een vriendinnetje(s)
- omgaan met
- gaan stappen
- uitgaan
- ruziemaken // ruziën
- iemand vertrouwen
- op iemand rekenen
- de eigenschap(pen)
- betrouwbaar (-bare)
- trouw(e)
- de indruk hebben dat ...
- benieuwd zijn naar .. ,
- verliefd zijn op, verliefd worden op
- iemand dumpen
- aandacht hebben voor
- invloed hebben op
- een gesprek aanknopen
- een praatje maken
- een lang gezicht zetten
- een grote mond tegen iemand opzetten
- begrip hebben voor
- zijn gevoelens uitdrukken
- niet lekker in zijn vel zitten
- met rust laten
- iemand verraden
- een geheim verklappen
- iemand op de hoogte brengen van
- aanvaard worden
- bij iemand te rade gaan
- met een probleem kampen
- in de knel zitten
- zijn hart luchten
- iemand buitensluiten, niet laten meedoen
- plagen
- pesten
- roddelen
- opgelucht zijn
- het meningsverschil
- iemand een steuntje in de rug geven
- iemand raad geven
- iemand uitlachen
- iemand aanmoedigen
-
Fr
- l'ami
- l'amie
- l'amie de coeur
- de grands amis
- un petit ami
- une petite amie
- fréquenter, s'entendre avec
- sortir (guindailler)
- sortir
- se disputer
- avoir confiance en quelqu'un
- compter sur quelqu'un
- caractéristique, caractère
- fiable, digne de confiance
- fidèle
- avoir l'impression que
- être curieux de savoir ...
- être amoureux de, tomber amoureux de
- laisser tomber quelqu'un
- avoir de l'attention pour
- avoir de l'influence sur
- engager une conversation
- bavarder
- tirer une drôle de tête
- élever le ton contre, engueuler quelqu'un
- avoir de la compréhension pour
- exprimer ses sentiments
- ne pas sentir bien dans sa peau
- laisser tranquille
- trahir quelqu'un
- trahir / dévoiler un secret
- informer quelqu'un de
- être accepté
- demander conseil à quelqu'un
- devoir faire face à un problème
- être dans le pétrin, dans ses petits souliers
- s'épancher, décharger son coeur
- exclure quelqu'un, ne pas le laisser participer
- tourmenter, taquiner
- enquiquiner, faire des misères
- cancane~jasersur
- être soulagé(e)
- la différence d'opinion
- donner un coup de pouce à quelqu'un
- conseiller quelqu'un
- rire, se moquer de quelqu'un
- encourager quelqu'un
-
De gedragingen Les comportements
-
NL
- langs elkaar heen leven
- op iemand rekenen
- een handje helpen
- aandacht hebben voor
- een beroep doen op iemand
- zaken bespreken
- verlangen naar
- de gemoedstoestand
- het gaat me niet aan
- begrip hebben voor
- (niet) lekker/goed in zijn vel zitten
- met rust laten
- stevig in zijn schoenen staan
- ergens een andere kijk op hebben
- uitlachen Il bespotten
- iemand raad geven
- het niet zien zitten
- iets doodzwijgen
- klachten weglachen
- beïnvloeden
- richtlijnen geven
- zich inzetten Il zijn best doen Il zich inspannen
- een taak op zich nemen
- afspreken
- het niet naar zijn zin hebben
- spijt van iets hebben
- aansporen, aanmoedigen
- bekendmaken
- zich aan de afspraken houden
- resultaten opleveren
- zijn mening uiten
- van mening verschillen (met iemand)
- toegeven Il ais waar of juist erkennen
- dwingen
- zich bedreigd voelen
- herrie maken
- gewend zijn aan (te)
- moeite doen
-
Fr
- se côtoyer (vivre en parallèle)
- compter sur quelqu'un
- donner un coup de main
- être attentif à
- faire appel à quelqu'un
- discuter
- désirer
- l'état d'âme
- cela ne me regarde pas
- avoir de la compréhension pour
- (ne pas) être bien dans sa peau
- laisser tranquille
- être sûr de son affaire
- voir quelque chose sous un autre jour
- se moquer de
- conseiller
- ne pas savoir comment s'en sortir
- taire, garder le silence sur
- ne pas prendre des plaintes au sérieux
- influencer
- donner des lignes directives
- se dépenser, se dévouer, s'efforcer de
- se charger d'une tâche
- convenir
- ne pas être satisfait
- regretter quelque chose
- stimuler, encourager
- faire connaître, communiquer
- tenir parole
- apporter des résultats
- exprimer son avis
- avoir des opinions divergentes
- admettre, reconnaître
- obliger, forcer
- se sentir menacé
- faire du tapage
- être habitué (à)
- se donner la peine